luchttalent.nlinfratalent.eucitytalent.nlVoor bedrijven

Rotterdam is koel

De containerterminals in de Rotterdamse haven beschikken samen over 12.000 aansluitingen voor koelcontainers. Dit is ruim dubbel zoveel als de nummer twee in de Hamburg-Le Havre Range. Ook in vergelijking met op zich grotere containerhavens in Azië neemt Rotterdam een toppositie in. Zo heeft PSA Singapore 7000 aansluitingen op een totale overslag van 29 miljoen TEU (2011). Verreweg het grootste deel van de aansluitingen, bijna 11.000, is te vinden op de zes grote zeeterminals. De andere 1000 zijn verdeeld over de gespecialiseerde binnenvaartterminals (300) en depots voor containeropslag (800).

Zeeterminals
Ongeveer 70% van de aansluitingen op de zeeterminals is geconcentreerd op de drie terminals op de Maasvlakte. Toch hebben de twee diepzeeterminals in het Waal-Eemhavengebied relatief meer aansluitingen. In totale capaciteit/aansluitingen is de volgorde:

Terminal      Aansluitingen      Totale capaciteit (TEU/jaar)
1. ECT City      1359
1.100.000
2. Uniport Multipurpose      1250
1.200.000
3. Euromax      2136
2.300.000
4. APMT Rotterdam      2250
2.700.000
5. ECT Delta      3250
5.000.000
6. RST      640
1.440.000

Het overgrote deel van de diensten die ECT City en Uniport terminals aanlopen, komen uit Latijns-Amerika, Zuid- en West-Afrika, Oceanië en IJsland/Noorwegen. Dit zijn de herkomstgebieden van vlees, vis en fruit; verreweg de belangrijkste producten voor koelcontainers.

Markt
Deze bevroren of gekoelde producten worden tijdelijk zeer dichtbij (Eemhaven, Maasvlakte) in de haven opgeslagen en/of hebben een continentale eindbestemming op relatief korte afstand, tot 500 kilometer, van Rotterdam. Hier is een grote -Directe kapitaalkrachtige vraag van consumenten, al of niet via groothandelspunten zoals die van Brussel, Parijs/Rungis, Venlo en Barendrecht. Op de twee laatstgenoemde locaties vindt ook consolidatie plaats met Nederlandse tuinbouwproducten. -Indirecte vraag van de traditioneel sterke voedselverwerkende industrie. Deze genereert tevens wederuitvoer in koelcontainers en export van Nederlandse producten, vooral zuivel. Daar bovenop komt de, groeiende, zee-zee doorvoer vanaf het zuidelijke halfrond naar vooral Rusland en die van Scandinavië naar Azië (vis). De gunstige vraag- en aanbod situatie en het feit dat veel diensten Rotterdam als eerste loshaven aanlopen, versterken elkaar.

Behandelcapaciteit
Aan de 11.000 aansluitingen worden meest containers van veertig voet aangesloten. Bij een vermenigvuldigingsfactor van 1.8, is de statische capaciteit bijna 20.000 TEU. Bij een gemiddelde aansluittijd van 3 tot 4 dagen, zou de maximale doorzet van de punten 2 miljoen TEU per jaar bedragen.(2). De daadwerkelijke realisatie wordt uiteraard gedrukt door seizoensinvloeden (oogst- en consumptiepatronen) en juist gestimuleerd door de waarde van de lading en de hogere kosten van de terminalplaatsen.

Dynamiek
Door de verschuivende consumptie- en productiepatronen en door systeemwijzigingen van rederijen (in Zuid-Europa laden Afrikaanse lading op de grote Azië-diensten) wint de Maasvlakte aan belang voor de lading in koelcontainers. In dezelfde richting werkt de schaalvergroting in de scheepvaart tussen het zuidelijke halfrond en Noordwest-Europa. De twee terminals die op Maasvlakte 2 worden gebouwd, Rotterdam World Gateway en APMT Rotterdam, krijgen dan ook een groot aantal aansluitingen voor koelcontainers. De dynamiek beperkt zich niet tot de zeezijde. Voedsel heeft een sterke emotionele component en ook het transport ervan moet aan steeds strengere kwaliteitseisen voldoen. Duurzaamheid is hiervan een element en daarom wordt van en naar Rotterdam meer en meer binnenvaart gebruikt in het achterlandtransport. Zie persbericht. De dynamiek aan zowel de zee- als landzijde betekent dat er op de schakelpunten, de terminals meer behoefte ontstaat aan tussentijdse opslag aan aansluitingen voor koelcontainers. Ook op dit vlak verandert het achterland mee en wordt de koelketen doorgetrokken tot en met de kleinere terminals daar. Het in ontwikkeling zijnde Coolport in de haven , vormt een integraal onderdeel van deze keten.

Macro
In februari start de export van seizoensfruit, vrijwel al het fruit met uitzondering van bananen waarvan de productie het jaar rond is, vanuit Zuid-Amerika en Zuid-Afrika. Het aandeel van de container daarin, vergeleken met volledige koelschepen met losse pallets, is in Rotterdam inmiddels overgroot. De vraag naar fruit in West-Europa neemt structureel nauwelijks toe, die in Centraal-Europa wel. De sterkste groei vindt echter plaats in het Midden-Oosten en Azië (smaakontwikkeling plus toenemende koopkracht). Hierdoor, versterkt door de euro/dollar verhouding, stroomt meer fruit richting Azië. Vergroting van het aanbod is mogelijk, maar het kost tijd voordat nieuwe bomen en struiken productief zijn.

Bron: Havenbedrijf Rotterdam